Experience Design & Concepting

Experience Design & Concepting

 Experience design is not to be confused with user-experience design. The latter primarily deals with human/interface-interaction. Experience design is much, much broader than that. It deals with a human centred approach, not only to a service or product, but in relation to all the surrounding modalities and the context. For instance a customer journey is much more than the touchpoints between an individual and a service or company. A person interacts with his environment and is part of a larger group and construction, like an audience within a festival, a que outside the supermarket, partaking in a collective ritual. Every change in the surroundings, means elliciting different forms of behaviour and different ways of reacting to the environment. It directly influences how people perceive themselves, the world, others… and… your service or product.

 Rather than focussing on the individual experience of an individual alone- like so many companies do – I look at how the space is constructed wherein the individual resides and how perception, form and idendity is formed and influenced. Events, for example, do not only make up a certain amount of space- as in grounds -but are an entity onto itself, producing and elliciting behaviour and behavioural models and how they influence other “spaces”. An individual does not only participate in rituals out of his own free will. Out of rituals comes a shared emotional energy that influences behaviour within an eventspace or a location, an individual reacts to. They also can be seen as only a part of a chain of events, as in a series of rituals performed by an already existing group.

Voorbeelden van Experience Design:

  • Belevingsconcepten:
    Vormgeven van bedrijfsformule over alle “gevoelslagen” heen- van routing en beweging tot aanlooproutes, van gedragsbeinvloeding door kleur en design, tot signage en lettertype, van akoestiek tot horecagebruik.
  • Foyer-gebruik voor zalen en musea;
  • Nieuwe abonnementsvormen theaters en concertzalen;
  • Live-concert Enhancement: Verbeteren van de live concertervaring op locatie;
    • Waarom werkt het ene concert wel, en het andere niet?
    • Hoe laat ik het publiek participeren?
    • Hoe zorg ik dat er aansluiting is tussen 2 elkaar kruisende publieksstromen?
    • Welke “scripts” zijn er voor onze specifieke situatie, programmering en publiek?
    • Hoe kan ik “liveness” creëeren en toepassen
      • In de foyer?
      • In de zaal?
      • In concerten?
      • In theater stukken?
      • In presentatie?
  • Nul-standen: het begin van een script voor een belevingsconcept:
    • Vaak eindigen belevingsconcepten voor de creators er van, na de presentatie van het concept. Echter, volgt dan nog een traject waarbij het belevingsconcept nog moet worden geimplementeerd binnen een organisatie. Zo kan de concepter vanalles op papier hebben staan, maar is de organisatie wel klaar voor het concrete gebruik van het concept? Als je hebt bedacht dat er bepaalde glazen in de foyer van de zaal moeten worden gebruikt, moet de horeca afdeling dat wel weten. Welk licht moet er gebruikt worden in de foyer en met welke kleuren? Weet de horeca en de techniek van het concept, begrijpen ze het en staan ze er ook achter? Hoe moest dat ook alweer? Daar is de 0-stand (nul) voor: Je “reset” de ruimte en het gebruik, en maakt het klaar voor het script. Alles haakt in elkaar, dus 1 afzonderlijk element kan zijn uitwerking volledig missen, wanneer niet alle steentjes op de goeie plek staan. Niet alleen de steentjes, ook de mensen die de steentjes moeten gaan gebruiken, moeten achter het concept staan. Anders dringt zich het verschijnsel op, dat concepten heel kunstmatig gaan aanvoelen. Vergeet niet dat je als medewerker net zo goed onderdeel bent van de groep, van de doelgroep en bezoeker. Als het voor de medewerker niet natuurlijk aanvoelt, is dat voor de doelgroep, bezoeker of klant, waarschijnlijk precies zo!

     

  • Pre-service design: Het “inleiden” van een product of dienst met kleinere inleidende diensten of producten, die er op gemaakt zijn om de beleving van het hoofdproduct, te versterken of om een set aan attributies bij de gebruiker/klant te activeren. Zo kan een boeking van een vakantie naar Frankrijk, worden ingeleid met stokbrood en camembert, of het kopen van een dure parfum, met een boeket bloemen. Binnen pre-service design past ook het aankleden van de ruimte. Zo kan het boeket bloemen, net zo goed bloemetjesbehang zijn, of losse rozen op tafeltjes. 

Geen toverformules

Een belevingsconcept is niet- zoals mensen vaak denken -een “voorlopige versie”. Het is een uitgebreide mix van toepassing van wetenschappelijke inzichten, creativiteit, marketingtechnieken, fingerspitzengefühl, inzicht, onderzoek en research. Kortom: een coherent bouwwerk, waar je organisatie jarenlang plezier en profijt van hebt. Toverformules zijn het geenszins. Toch zijn vaak met relatief eenvoudige ingrepen, maximale resultaten te verkrijgen. Dat zit hem soms in heel kleine dingen, die heel natuurlijk aanvoelen.

Een voorbeeld daar van- in het belevingsconcept voor een restaurant. Zij wilden bevorderen dat gasten zich “thuis voelden” in het restaurant. Ik heb als onderdeel van dat concept, alle zakjes zout en peper weggehaald, en voor de 14 tafels in het restaurant, 8 hele grote houten pepermolens en 8 hele grote houte zoutmolens gekocht. Resultaat was dat gasten achterover leunen, en vragen aan een andere tafel of ze het zout willen doorgeven. Dit bevorderde oogcontact en interactie tussen gasten, en suggereerde op meta-niveau, een vrijheid van bewegen binnen die ruimte, die ruimte schepte voor ander- soortgelijk vrij -onderling gedrag.

Een ander voorbeeld- ook in een restaurant:

In plaats van een gegarneerd bord eten te serveren, konden klanten vanaf het buffet, naar een grote houten tafel die ik had laten maken, met daarop allerlei kleine potjes met tuinkruiden (de eigenlijke plantjes dus), kleine glazen schaaltjes en een hele grote schaar. Klanten konden daar stukjes van kruidenplanten afknippen en in een schaaltje meenemen. Boven de tafel had ik een oude zwartwit beveiligingsmonitor geplaatst, met een stop-motion filmpje van kruidenplantjes op het dak van het restaurant. Daarin was te zien hoe ze groeiden, hoe er iemand kwam om te oogsten, en vervolgens groeiden ze weer aan. Daarmee legde ik een link tussen de plantjes op de tafel, het natuurlijke, de versheid van de kruiden (en indirect daarmee ook de andere producten van het restaurant), menselijke arbeid (zorg), slow-food en lokaliteit.

 

Lees ook het blog van La Clappeye:

www.blog.la-clappeye.nl

  Concepts for travel and stay

 pedestriansmodeltable2 

Geef een reactie